Oudekerksplein.

Oude Kerk (vanaf 1300).

De Oude Kerk is het oudste gebouw van Amsterdam. De kerk werd  gewijd aan de heilige Nicolaas, bisschop van Myra, door Guy van Avennes, de bisschop van Utrecht. Tot de Alteratie heette de kerk dan ook de Sint Nicolaaskerk. Sint Nicolaas was ondermeer de patroon van de zeelieden en werd vooral in havensteden vereerd. Op de plaats waar de Oude Kerk staat, stond reeds in de 13de eeuw een kleine houten kapel met een begraafplaats. Bekend is dat in 1280 de pastoor van Amestelle (het huidige Ouderkerk) de zorg heeft voor twee kerken. Vermoedelijk was de tweede, aan Ouderkerk ondergeschikte kerk, de Oude Kerk in Amsterdam. De kerk in Ouderkerk is de moederkerk, maar de dochter te Amsterdam groeide haar in korte tijd boven het hoofd.

        
Het noorderportaal met het heilig graf en het
noordertransept van de Oude Kerk.
Techniek: zwart krijt, pen in bruin,
penseel in kleur, potlood.

 
De noordzijde van de Oude Kerk op het Oudekerksplein. 
Het noorderportaal met het Heilig graf en het Noordertransept.
datering: 1835

In 1334 werd Amsterdam een zelfstandige parochie, dat wil zeggen kreeg een eigen pastoor, en werd de Oude Kerk de parochiekerk van Amsterdam. Hieraan kwam in het begin van de 15de eeuw een einde toen het westelijk deel van de stad een eigen parochie kreeg: de Nieuwe Kerk. Sindsdien sprak men van de Oudekerks- en Nieuwekerkszijde, wat spoedig verkort werd tot Oude- en Nieuwezijde. De Oude Kerk bleef voorlopig de hoofdkerk van Amsterdam. De stadsbranden van 1421 en 1452 hebben de Oude Kerk wonder boven wonder niet gedeerd.

In de Beeldenstorm van 1566 werden de altaren van de Oude Kerk beschadigd. Na de Alteratie van 1578 werd de kerk ontdaan van zijn beelden etc. en werd de kerk heringericht voor de protestantse eredienst. In 1584 mochten de kooplieden in de kerk beurs houden. De kerk is voor dit doel gebruikt tot 1611 (toen de Beurs van Hendrick de Keyser op het Rokin werd geopend). Vanaf 1632 vonden de vergaderingen van de Kerkeraad afwisselend plaats in de Oude en Nieuwe Kerk. Door de bouw van het stadhuis aan de Dam won de Nieuwe Kerk aan belang en werd definitief de hoofdkerk. Daarna nam het belang van de Oude Kerk af.

De Oude Kerk is een voorbeeld van Hollandse baksteengothiek. De constructie is licht, omdat de heipaaltjes waarop de kerk staat, niet genoeg draagvermogen hebben: de toegepaste heitechniek is nog primitief (het verhaal dat de kerk gebouwd zou zijn op een uitloper van het Muiderzand is een fabel gebleken). De kerk heeft houten tongewelven en de hoge spitsboogvensters bespaarden muurwerk. Op deze manier kon toch een groot en gecompliceerd kerkgebouw worden gemaakt. Het oppervlak van de kerk is groot, in vergelijking tot de hoogte. Het karakter van een hallenkerk is bewaard gebleven. Problemen met de fundering hebben echter in 1951 geleid tot de sluiting van de kerk wegens instortingsgevaar, waarna een 24 jaar durende restauratie plaatsvond. In 1994/98 is de kerk opnieuw gerestaureerd.


Hier volgen nog foto's uit 2006 van de diverse toegangsdeuren van de Oude Kerk.

       
       

Home.